Logo - De Schone Schrijfster - copywriter - tekstschrijver - wervend en creatief schrijven
Blog

Maak uw keuze:

Blog 2021: 'winkelkargeheimen'

korte verhalen over fictieve personen, gebaseerd op de inhoud van hun winkelkarretje

Blog 2020: 'sensiefjes'

cursiefjes over hoogsensitiviteit

korte verhalen over fictieve personen, gebaseerd op de inhoud van hun winkelkarretje

Fijne leeswaren nodig?

Elke maand maak je kennis met een nieuw personage.


Kuierend door de lokale supermarkt, gluur ik in de winkelwagens van voorbijgangers. Ik laat mijn fantasie de vrije loop en verzin verhalen over deze nietsvermoedende passanten, op basis van de inhoud van hun karretje.

Mijn fantasie slaat al gauw op hol, dus bereid je voor op gekke hersenspinsels en onverwachte scenario's! 

Blog - De Schone Schrijfster - copywriter - tekstschrijver - wervend en creatief schrijven
Blog - De Schone Schrijfster - copywriter - tekstschrijver - wervend en creatief schrijven

Blogberichten 2021

Blogarchief 'winkelkargeheimen':

Foto-winkelkargeheimen-blog-04-Lotte-april

Lotte

(do 1 april 2021)

Foto-winkelkargeheimen-blog-07-Germaine-Jozef-juli

Germaine & Jozef

(do 1 juli 2021)

Foto-winkelkargeheimen-blog-03-Rozalie-maart

Rozalie

(do 4 maart 2021)

Foto-winkelkargeheimen-blog-06-Raf-juni

Raf

(do 3 juni 2021)

Foto-winkelkargeheimen-blog-02-John-februari

John

(do 4 februari 2021)

Foto-winkelkargeheimen-blog-05-Jacques-mei

Jacques

(do 6 mei 2021)

Foto-winkelkargeheimen-blog-01-Eddy-januari

Eddy

(do 14 januari 2021)

Germaine & Jozef

donderdag 1 juli 2021


Om 8.30 uur opent de supermarkt haar deuren. Ik start de dag met een kort winkelbezoekje omdat er thuis geen brood meer is. Ik snuif de geur van stilte op en probeer aan de verleiding te weerstaan om meer te kopen dan ik nodig heb. Winkelrekken zien er zoveel aantrekkelijker uit met een vrij gangpad, zonder andere mensen die in je weg lopen. Ik neurie zelfs lichtjes mee op de tonen van een bekend liedje dat door de luidsprekers weerklinkt. Ik ben in mijn nopjes omdat mijn ochtendrust gerespecteerd wordt.


Aan het einde van de snoepafdeling (ik heb er alleen verlekkerd rondgekeken maar niets gekocht) stapt een oud koppeltje schoorvoetend richting kassa. Hij duwt de winkelkar vooruit, zij haakt haar arm in de zijne, alsof ze het doet ter ondersteuning. Hij geeft haar een speelse zoen op de wang, zij giechelt verlegen terug. Het zijn net verliefde tieners met vlinders in de buik. Zij legt haar hoofd op zijn schouder, hij kust haar liefdevol op haar voorhoofd. Wat een vertederend plaatje van ware liefde die de tand des tijds heeft doorstaan. En ja hoor, kippenvelmoment. Heb ik elke keer als ik een ouder stel zo innig samen zie. Dan kruipt er precies een spinnetje over mijn ruggengraat. ‘Zo lief,’ zucht ik licht ontroerd. Niemand hoort me, want ik ben helemaal alleen in de winkel met dit dolverliefde paar.


Aan de kassa sta ik achter hen. Hun winkelkar is halfvol, ik heb slechts een brood in mijn handen. Nu pas valt het mij op dat ze matching hemdjes dragen. Een frisblauw, luchtig katoenen stofje, met een opvallende bedrukking op de achterzijde. Bij hem Ik hoor bij oma Germaine, bij haar Ik hoor bij opa Jozef. Ongetwijfeld een geschenk van hun kleinkinderen.


Germaine draait zich om, kijkt naar mijn brood en zegt: ‘Gaat u maar voor hoor, lief kind.’


Ik knik. ‘Dank u wel, dat is vriendelijk.’


‘Jullie hebben trouwens mooie hemden aan,’ zeg ik in het voorbijgaan.


‘Die kregen we vorige week van mijn achterkleinkind, voor mijn honderdste verjaardag’, antwoordt ze.


‘Oh, proficiat!’ Ik klap in mijn handen en lach mijn tanden bloot. Er kruipt weer een spinnetje over mijn rug.


‘Dank je, lief kind. Volgende week wordt mijn Jozef ook honderd jaar, dat wordt pas een feest!’ giechelt ze. Ze legt haar perkamenten handen op Jozefs arm en knijpt er zachtjes in.


Ik probeer een opkomend traantje te bedwingen, waardoor het lijkt alsof ik knipoog.


De dame aan de kassa rekent mijn brood af, ik wens het liefste koppeltje ter wereld alle geluk toe en verlaat de supermarkt met een brede glimlach. Een paar minuten lang blijf ik zo nog staan voor de uitgang. Genietend van dat warme geluksgevoel dat me overvalt.


Germaine en Jozef wandelen voorbij en wuiven me nog even hartelijk toe. Ze schuifelen arm in arm voorbij als twee schattige schildpadden, elk met een goedgevulde, geruite boodschappentrolley achter zich sleurend. Ze horen bij elkaar. Hun hemden hebben gelijk.


Ik hoop oprecht dat hij die honderd haalt. Die donkere gedachte die me plots bekruipt, maakt gelukkig snel plaats voor alweer een ontroerend kippenvelmoment. Ik wandel voorbij het bankje aan de beek (Eddy’s vaste plek) waarop ze op weg naar huis even zitten uit te rusten: Jozef en Germaine, dicht tegen elkaar, zwijgend voor zich uit starend. Na een leven van honderd jaar hoef je geen woorden meer uit te spreken. De volle boodschappentrolleys rusten met hen mee naast de bank. Germaine en Jozef, een leven lang samen. Zo hoort het. Zo horen zij, bij elkaar.  



Geschreven door: Julie Rademakers - De Schone Schrijfster

Foto-winkelkargeheimen-blog-07-Germaine-Jozef-juli

Raf

donderdag 3 juni 2021


Juni: voor velen is deze maand de laatste rechte lijn naar de zomervakantie. Als Leuvenaar betekent de maand juni voor mij storm voor de stilte: nog één maand te gaan en dan baadt de studentenstad terug in rust.


Maar zover zijn we nog niet. Eerst moeten de studenten de blokperiode nog doorkomen. Om vol te houden, heiligt het doel de middelen, merk ik tijdens mijn wekelijks bezoek aan de supermarkt: de studentenhaver staat in de aanbieding en de energiedrankjes zijn uitverkocht.


Mijn rustig ochtendritueel in de winkel komt in het gedrang. In juni ben ik niet alleen omringd door oudere mensen die ’s ochtends hun boodschappen doen om de drukte vermijden. Om 9.00 uur krioelt het er ook al van de studenten. Alsof er een mierenkolonie neerstrijkt, die de supermarkt vliegensvlug op een gestructureerde en georganiseerde manier overneemt. Ze lopen niet in je weg en maken geen lawaai (i.t.t. de stormloop van scholieren op het middaguur). Ze zijn in zichzelf gekeerd, in gedachten verzonken (misschien zeggen ze hun cursus op), en gaan recht op hun doel af. Voor de ene is dat brood, water en fruit, voor de andere koffiekoeken, frisdrank en snoep. Maar energiedrankjes kopen ze bijna allemaal, die gaan als warme broodjes over de toonbank.


Ik heb een beetje te doen met deze studenten. Geen medelijden, want ik heb deze periode in een ver verleden ook doorstaan, maar wel compassie. Is er een verschil? Ik vind van wel. Ik weet hoe ze zich momenteel voelen en wens hun veel succes. Ik hoop dat ze allemaal met glans slagen. Of gewoon slagen, dat is net zo goed. Of dat ze het niet te erg vinden om hun zomer op te offeren voor herexamens (’t Is belangrijk voor uw toekomst hé, weerklinken hun ouders’ stemmen in hun achterhoofd). Ik hoop dat ze hun studies uit vrije wil volgen, dat hun studiekeuze een persoonlijke keuze is en dat hen een mooie toekomst wacht. Maar de betekenis van ‘mooie’ vullen ze zelf in, daar hoef ik niet over te oordelen.


Als wandelende zombies schuifelen de studenten langs de winkelrekken. Weemoedig kijk ik in hun wazige en vermoeide, soms wanhopige ogen. Sommigen ruiken door de stress een beetje naar examenzweet. Haren ongekamd, geen make-up, sommigen nog in pyjama met een trui erover. Ook Raf, de krullenbol met een knalgele trui van zijn studentenvereniging, bedrukt met het logo, academiejaar en zijn voornaam. Voor deze studenten ligt de focus nu niet op het uiterlijk. Misschien nooit, maar nu zeker niet.


In juni staat studeren voorop. Willen of niet. Je doet mee met de rest, ook al heb je er geen zin in. Sommigen maken een praatje met elkaar. Overal is het gespreksonderwerp hetzelfde: blokken voor de examens. Deze studenten praten niet over vakantieplannen of andere zomerplannen. De focus ligt op het heden, het hier-en-nu. Van uitgaan en feesten is even geen sprake.


Nostalgisch snuif ik het nerveuze sfeertje op in de supermarkt. Met een grote glimlach slenter ik naar de kassa. Ik geniet zichtbaar van de gedachte dat ik deze periode zelf nooit meer moet doormaken.


De laatste loodjes wegen het zwaarst klinkt cliché, maar is een waarheid als een koe. Nog even volhouden is de boodschap!


Ik wens alle studenten heel veel succes in deze blok- en examenperiode!



Geschreven door: Julie Rademakers - De Schone Schrijfster

Foto-winkelkargeheimen-blog-06-Raf-juni

Jacques

donderdag 6 mei 2021


Per uitzondering bevind ik me vandaag in de winkelafdeling voor dierenvoeding. Een vriendin van me heeft sinds kort een schattige puppy die ik binnenkort mag ontmoeten op onze wandeldate. Ik kies wat lekkers uit voor de hond en besluit een kauwstick te kopen, meteen ook goed voor zijn gebit.


Een verzorgde en uiterst gesofisticeerde man staat naast me voor de hondenbrokken en het hondenvoer in blik. Hij heeft een fluwelen maatpak aan dat bestaat uit drie delen, in een oogstrelende diep wijnrode kleur. Ik zou graag eens over dat zachte stofje wrijven, maar hij draait zich met een afkeurende blik naar me toe en kijkt me aan alsof hij wilt zeggen: ‘Staren is onbeleefd.’ Ik richt me snel terug tot de hondensnoepjes en doe alsof ik in alle ernst alles met elkaar vergelijk. Opperste concentratie vereist. Ik voel zijn priemende ogen nog steeds in mijn rug. Nu is híj degene die mij aanstaart en zou ik willen zeggen: ‘Heb ik iets van je aan?’ Maar dat is onmogelijk, ik zou me zijn dure kledingstijl immers nooit kunnen veroorloven.


Hij neemt zijn mobiel uit het dubbel gevoerde binnenzakje van zijn vest en pulkt wat aan zijn krulsnor terwijl de telefoon overgaat.


‘Mariette, Jacques hier. Loop eens snel naar de berging achter in het restaurant en kijk eens hoeveel blikken hondenvoer we nog staan hebben?’


Stilte.


‘Wat zeg je?’


Hij spreekt met een Frans accent dat perfect bij zijn outfit en stijl past. Ik doe nog steeds alsof ik een diepgaande vergelijkende studie uitvoer over hondenvoer en pak twee blikken vast.


‘Ik dacht stoofvlees te maken vanavond, wat denk je daarvan?’


Hij werpt me vanuit zijn rechterooghoek een vluchtige blik toe, ik vergelijk de etiketten op de blikken.


‘Ik neem nog een zak uien mee en voor alle zekerheid ook nog een blik of vier van dat lopende hondenspul uit blik.’


Hoor ik dit goed? Wat een vreemd gesprek. Praat hij nu over twee zaken tegelijk, het stoofvlees dat hij gaat maken en het eten voor de hond, of … Mijn gezicht vertrekt. Vol walging kijk ik hem aan. Dit kan niet waar zijn. Zou hij echt …? Hij merkt mijn gedachten op, ik hoef ze niet luidop uit te spreken, mijn gefronst gezicht spreekt boekdelen.


Hij kijkt me breed lachend aan, geeft me een kort bulderlachje en pakt ongegeneerd vier blikken hondenvoer uit het rek. ‘Dat zal hen smaken,’ spreekt hij me toe. Hij geeft me een dikke knipoog en verdwijnt uit de afdeling. Wie zal dat smaken? Je honden? Of … je restaurantgasten?


Thuis gooi ik mijn boodschappen op de grond en begin ik meteen te googelen op restaurant hondenvoer en kok Jacques. Ik kijk bij afbeeldingen. Nergens een foto van hem te bespeuren. Ik heb ook geen idee hoe het restaurant heet. Onbegonnen werk. Waarschijnlijk heb ik het telefoongesprek verkeerd geïnterpreteerd. Maar het zal toch een tijdje duren vooraleer ik nog stoofvlees bestel op restaurant. 😉



Geschreven door: Julie Rademakers - De Schone Schrijfster

Foto-winkelkargeheimen-blog-05-Jacques-mei

Lotte

donderdag 1 april 2021


‘Mama! Mamaaa!’ weerklinkt het door heel de supermarkt. Daar gaat mijn winkelroutine om ’s ochtends vroeg rustig inkopen te kunnen doen samen met de oudjes uit de buurt. Ik probeer niet toe te geven aan een opkomend ochtendhumeur.


Ik sla de hoek om en bots bijna met mijn winkelkarretje tegen een krijsend en stampvoetend meisje van een jaar of zes, met een palmboomstaartje op haar hoofd. En chocoladevegen rond haar mond, als uitgesmeerde lippenstift. Een winkelbewaker houdt haar vast bij de arm. In zijn andere hand heeft hij een opengescheurd zakje paaseitjes vast. Een sprekend beeld waar geen extra tekeningetje bij nodig is.


In de verte komt Lottes mama ongerust aangelopen. ‘Wat is hier gaande, meneer?’ hijgt ze.


‘Uw dochter is een kleine dief,’ zegt hij en wijst naar de paaseitjes.


‘Oh, maar ik zal dat zakje met paaseitjes wel kopen hoor, geen probleem meneer.’ Haar wangen kleuren rood. ‘Je weet hoe kinderen zijn,’ lacht ze groen.


Nee, dat weet ik niet mevrouw,’ zegt de norse man terwijl hij aarzelend het nog halfgevulde zakje paaseitjes aan Lottes mama overhandigt.


Lottes mama kijkt met ogen vol teleurstelling naar Lotte. Lotte begint te huilen. Dan besef ik dat ik al de hele tijd als een ongegeneerde toeschouwer naar dit tafereeltje aan het kijken ben. Het trio beseft dit ook en staart me vragend aan.


Beschaamd wend ik mijn blik af, in de richting van een mollig jongetje dat nieuwsgierig voorbijloopt. Hij gaapt me aan met een ondeugend chocoladesmoeltje en een hand vol paaseitjes en wandelt vrolijk verder. Klein ettertje, denk ik bijna hardop. Jíj was het die dat zakje stiekem geopend hebt, om er snel een paar paaseitjes uit te pikken, en dan op tijd de crime scene te verlaten om niet betrapt te worden. Maar je liet bewijsmateriaal achter. Waardoor je nu een onschuldig meisje erin luist.


Lotte beaamt dit: ‘Maar mama, dat zakje was al open, dus ik dacht dat het dan mocht.’ Lottes mama reageert niet als blijk van ontgoocheling. ‘Ik ben geen dief!’ snikt Lotte. Op dat moment zie ik het moederhart smelten. Lotte en haar mama omhelzen elkaar. ‘Natuurlijk ben je geen dief, Lotjeprotje.’


Ik wil juichen en applaudisseren voor dit happy ending. Ik wil met mijn vinger wijzen naar het jongetje, die deugniet. De ware schuldige aanduiden en roepen: ‘Dief, dief, dief!’ Maar de vogel is allang gaan vliegen. De film is gedaan, het toneelstuk gespeeld.


Ik struin verder door de supermarkt met mijn winkelkarretje en vraag me af welke film er tijdens mijn volgende winkelbezoek vertoond zal worden.



Geschreven door: Julie Rademakers - De Schone Schrijfster

Foto-winkelkargeheimen-blog-04-Lotte-april

Rozalie

donderdag 4 maart 2021


Ik sta voor het winkelrek met snoep, koekjes en chocolade. Ik noem het ‘de verboden afdeling’. Eenmaal per week geef ik mezelf toestemming om dit hemelse heiligdom vol lekkernijen te betreden. Vandaag sta ik er voor de tweede keer deze week. Ik heb een offday en fluister mezelf allerlei uitvluchten toe waarom ik vandaag toch wel een uitzondering mag maken en iets lekkers verdien.


Een wolkje van zoet parfum passeert langs mij. Ik draai me om en zie de achterkant van een topmodel. Kan niet anders. Minstens 1m80, superslank, net niet té mager, perzikkontje, lange benen, subtiel zongebruind, een lange, weelderige haardos krullen om jaloers op te zijn. Haar hippe outfit vervolmaakt het perfecte plaatje. Met zwier draait ze haar winkelkarretje af naar links, ik vang een glimp op van haar profiel. Natuurlijk is haar huid perfect gaaf. Natuurlijk is ze opgemaakt alsof ze geen make-up lijkt te dragen. Ze is een mix van al die schoonheden uit de jaren ’90. Een zorgvuldig samengestelde compilatie van de beste features van Cindy Crawford, Claudia Schiffer en Kate Moss.


De chocoladewafels, zuurtjes en gekarameliseerde popcorn staren me vragend aan. Natuurlijk wil ik er ook uitzien zoals Rozalie. Ik doop haar met die naam, want die klinkt als internationaal modellenmateriaal. Makkelijk uitspreekbaar in het Nederlands, het Frans en het Engels. Sorry suikers en koolhydraten, maar ik ben sterk en verlaat jullie voor rijstwafels en selderstengels. Want dat is topmodellenvoer, toch? Ik werp nog een laatste blik op mijn comfortsnoepgoed en verlaat mijn geliefde rayon met weemoed.


Met een karretje vol groenten, fruit en gezonde allerleitjes slenter ik vol goede voornemens richting kassa. Als Rozalie het kan, kan ik het ook. Gedaan met snoepen, hoera voor vasten!


Rozalie staat voor mij in de rij. Ze kijkt even achterom. Ik werp haar een speelse blik toe. We kunnen dit, samen diëten en volhouden tot ik er precies zoals jou uitzie, Rozalie! Ze kijkt me een beetje gegeneerd aan, ik besef dat ik aan het staren ben. Haar blik spreekt boekdelen. Natuurlijk is ze het gewend om aangestaard te worden, door mannen én vrouwen, zo mooi is ze. Natuurlijk geniet ze van al die positieve aandacht, van het aanbeden worden door ‘gewone’ vrouwen zoals ik. Natuurlijk zijn haar tanden perfect spierwit wanneer ze me vriendelijk een lach van erkenning toewerpt. Ze draait zich terug om en begint haar winkelkarretje uit te laden.


Huh!? Suikerwafels? Chips? Frisdrank? Dit kan niet. Waarschijnlijk organiseert ze een feestje en zijn dit de versnaperingen voor haar gasten, het plebs. Nee, daarvoor ligt er te weinig in haar karretje. Maar topmodellen als Rozalie kunnen er toch onmogelijk zo uitzien zonder zichzelf uit te hongeren?


Mijn bewondering verandert langzaamaan in afgunst. Ik werp haar een venijnige blik toe. Waarom kan zij dit eten zonder dik te worden en ik niet? Ik heb zin om terug te lopen naar de verboden afdeling, om snel wat ongezonde troep bijeen te grabbelen en op de band te leggen. Als zij mag snoepen, mag ik dat ook. Maar ik besluit het niet te doen. De wachtenden achter mij in de rij zouden mij niet gunstig gezind zijn door de vertraging. Ze zouden mij aankijken en denken: ben jij al niet dik genoeg? Nee, ik ga naar huis met mijn gezonde boodschappen. En hoop stiekem dat Rozalie een paar kilo’s aankomt door haar ongezonde boodschappen.


’s Avonds lig ik languit op de sofa, met mijn kommetje vol M&M’s strategisch op mijn buik geplaatst. Een uurtje geleden was ik bezweken voor mijn suikerdrang. Ik weet niet meer welke rechtvaardiging ik voor mezelf verzonnen had. In allerijl had ik mijn jas over mijn pyjama aangetrokken en vrolijk naar de nachtwinkel gehuppeld, mijn noodgevallen-walhalla. Daar had ik een zakje M&M’s gekocht. En een zak chips. En een blikje soda.


Luilekker speel ik het scenario van eerder die dag opnieuw af in mijn hoofd. En opnieuw. En opnieuw. Misschien sport Rozalie veel en blijft ze daarom zo slank. Misschien herstelt ze van een eetstoornis en probeert ze sinds kort terug suiker te eten. Misschien is ze een gelukzak die kan eten wat ze wil zonder een grammetje aan te komen, dankzij een snelwerkend metabolisme. Misschien denkt ze zoals mij en permitteert ze zich een wekelijks bezoekje aan de verboden afdeling. Wie zal het zeggen? Doet het er eigenlijk toe?



Geschreven door: Julie Rademakers - De Schone Schrijfster

Foto-winkelkargeheimen-blog-03-Rozalie-maart

John

donderdag 4 februari 2021


In de supermarkt weerklinkt zeemzoete muziek door de luidsprekers. Willen of niet, je wordt onvermijdelijk meegesleurd in de Valentijnstroom. Barry White staat op repeat. In alle winkelrekken staan speciale aanbiedingen met hartjes op. Zelfs bij de rayon ‘vrouwelijke hygiëne’. Ik sta te wikken en wegen bij de afdeling ‘je hebt hard gewerkt, dus je verdient een snoepje’, wanneer een afgeborstelde man mij gehaast passeert. Hij botst onbedoeld met zijn schouder tegen de mijne, en roept nog snel in het voorbijgaan: ‘Sorry!’ Ik concentreer mij terug op mijn wekelijkse snoepkeuze, maar even later kom ik de man terug tegen aan de kassa. Hij staat voor mij in de rij en kocht twee bloemboeketjes. Twee?


Een voor zijn vrouw en een voor zijn minnares. Ongetwijfeld. Typisch voor dat type. Strak in het -op maat gemaakte- pak, bovenste knoopjes los en in volle midlifecrisis. Nog een beetje gouden blingbling rond zijn pols en nek, en het plaatje is compleet. Hij heeft vast en zeker een Engels klinkende naam, zoals John. Zogenaamde workaholics die veel overuren maken. Avonduren die ze ongegeneerd bij hun minnares doorbrengen. Altijd deodorant, condooms en een verse onderbroek mee in het handschoenkastje van hun veel te dure sportwagen. Je weet maar nooit wanneer je kan scoren bij de vrouwtjes, om het met hun eigen woorden te zeggen.


Een lichte neiging tot kokhalzen overvalt mij wanneer ik John van kop tot teen beoordeel. Maar dan ontsnapt mij een proestlachje, want hij zal straks door de mand vallen. Zijn vrouw houdt van rozen, zijn minnares van margrietjes. Eerst gaat hij bij zijn minnares langs. Hij kan immers moeilijk thuiskomen met twee boeketjes. Zijn twintig jaar jongere pronkstuk neemt de bos rozen met overdreven enthousiasme in ontvangst en bedankt hem overvloedig. In natura welteverstaan. Nadat ze de liefde bedreven hebben -want zo ervaart zij in al haar naïviteit hun daad- trekt John een propere onderbroek aan en vertrekt hij naar zijn vrouw.


Op het moment dat hij het boeketje margrietjes aan zijn vrouw overhandigt, dringt zijn vergissing tot hem door. Al twintig jaar lang krijgt zijn vrouw rozen. Er volgt een oorverdovende stilte. Zijn vrouw ruikt onraad. Genoeg bedenktijd om een excuus te verzinnen, maar dat lukt niet. De rozen waren op: onmogelijk op Valentijn. Ik wou eens afwisselen: dat klopt, en niet alleen qua bloemen.


Dat zal je leren John, denk ik bij mezelf. Je verdiende loon voor al dat bedriegen, onbeschaamd tegen vrouwen aanlopen in de winkel en goedkope supermarktbloemen kopen voor je echtgenote.


‘Excuseer, mag ik even passeren?’ vraagt de lieve dame achter mij, die zachtjes op mijn schouder tikt en mij doet ontwaken uit mijn dagdroom. Ik ga opzij. Ze legt haar arm rond Johns schouder en plaatst een doosje met chocoladehartjes op de band. ‘Schat, hier, geef dit er ook nog bij’, wijst ze naar de chocolaatjes. ‘Dat gaat je mama samen met die margrietjes echt appreciëren! Zeker nu ze haar eerste Valentijn zonder hem moet doorbrengen.’


Ik neem mezelf voor om volgende week de snoeprayon over te slaan. Die verdien ik niet meer. En de volgende keer dat er in de supermarkt per ongeluk een John tegen mij botst, zal ik dat met een vriendelijk handgebaar wegwuiven en zeggen: ‘t Is niks hoor!’



Geschreven door: Julie Rademakers - De Schone Schrijfster

Foto-winkelkargeheimen-blog-02-John-februari

Eddy

donderdag 14 januari 2021


Als dagelijkse routine ga ik ’s avonds voor etenstijd steevast even mensjes kijken op mijn dakterras. Hoog vanop de vierde verdieping ongestoord en ongezien loeren naar de voorbijgangers op straat.


En naar Eddy. Geen flauw idee of dat zijn echte naam is, maar hij ziet eruit als een echte Eddy. Een man van in de vijftig met ongeschoren stoppelbaard, een wit marcelletje, een ietwat bevuilde, versleten jeansbroek en van die goedkope teenslippers die je zo ergens gratis bij krijgt.  


Elke dag zit hij stipt op hetzelfde uur op het bankje aan de beek die de laan vergezelt. Zijn dagelijkse routine bestaat erin twee blikjes Carapils uit de nachtwinkel op te drinken, met zijn pakje roltabak naast hem op de bank. Elke dag opnieuw. Een keer ben ik blijven kijken om te zien hoelang hij daar bleef zitten. Exact dertig minuten. En dan vertrok hij weer met de noorderzon.


Naar waar, vraag ik me af. Naar zijn vrouw? Misschien botert het thuis niet meer zo goed. Heeft hij elke dag ruzie met haar en komt hij even stoom afblazen op het bankje. Of zou hij alleen wonen? Misschien is hij een eenzame man die dagelijks het gezelschap van de eenden in de beek opzoekt, om zijn verzuchtingen en frustraties van de dag aan kwijt te kunnen. Zou hij tegen de eenden praten? Zouden die misschien zijn enige vrienden zijn?


Het koppel eenden heeft sinds kort een nieuwe kroost van acht pasgeboren eendjes achter zich aan zwemmen. Misschien dat dit hem vrolijk stemt. Waarom denk ik eigenlijk dat deze man verdrietig is? Misschien komt ie dagelijks wel gewoon even een welverdiend pintje drinken op het bankje, ter ontspanning na een dag hard werken. En keert hij daarna huiswaarts, waar hij vriendelijk verwelkomd wordt door z’n vrouw en zijn eigen kroost.


Vandaag kwam ik Eddy tegen in de supermarkt. Zijn winkelkarretje was zo goed als leeg. Er lagen twee blikjes supermarktpils in, want de nachtwinkel was tijdelijk gesloten. Ik knikte en glimlachte hem vriendelijk tegemoet, alsof hij geen vreemde was. Ik had immers het gevoel dat ik hem inmiddels al een beetje kende. Hij daarentegen had er natuurlijk geen flauw benul van dat ik hem elke dag gadesloeg, hoog boven hem verheven vanop mijn dakterras. Dat hij onderdeel was geworden van mijn dagelijkse routine en daardoor vertrouwd aanvoelde. Als een verre vriend. Dat hij mij intrigeerde, zodanig zelfs dat ik een blog aan hem wijdde.


De dag dat Eddy niet meer op zijn bankje zit, zou ik zelfs een beetje ongerust zijn. Misschien moet ik binnenkort maar eens naast hem op de bank gaan zitten en voorzichtig een gesprek aanknopen. Ontdekken wie de ‘echte’ Eddy is. Een man die hoogstwaarschijnlijk een heel ander verhaal te vertellen heeft dan wat ik over hem schreef. Zelfs zijn naam zou ik mis hebben.



Geschreven door: Julie Rademakers - De Schone Schrijfster

Foto-winkelkargeheimen-blog-01-Eddy-januari
Blog - De Schone Schrijfster - copywriter - tekstschrijver - wervend en creatief schrijven
Blog - De Schone Schrijfster - copywriter - tekstschrijver - wervend en creatief schrijven
Blog - De Schone Schrijfster - copywriter - tekstschrijver - wervend en creatief schrijven

cursiefjes over hoogsensitiviteit

Fijne leeswaren nodig?

"Ik heet Julie en ik ben hoogsensitief."


Het klinkt als een kennismakingsrondje op een AA-vergadering.

Tijdens mijn loopbaanbegeleiding kwam ik te weten dat ik ‘hoogsensitief’ ben. Een nieuwe wereld ging voor mij open.

Mijn innerlijke ontdekkingstocht bereikte zijn eindhalte. Eindelijk kon ik mijn ‘anders-zijn’ plaatsen.

Sindsdien ben ik vriendelijker en zachtaardiger voor mijn ik-persoontje en probeer ik goed te luisteren naar mijn lichaam.


"Wat is hoogsensitiviteit?"


Vooral een moeilijk te beantwoorden vraag. :-)

Door te vertellen over ervaringen probeer ik een antwoord te geven. 

Daarom vond ik mijn ‘sensiefjes’ uit (samentrekking van cursiefjes en hoogsensitiviteit): een wekelijkse, luchtige column over de belevingswereld van hoogsensitieve personen (HSP’s).

Met anekdotes over mezelf en anderen. Soms waargebeurd, soms fictief. 


P.S. Niet alle HSP's herkennen zich in alles wat ik op deze pagina neerpen of maken dit mee. Omgekeerd voel en denk ik zelf ook niet altijd zoals andere HSP's. Hoogsensitiveit is immers één persoonlijkheidskenmerk uit een palet dat iedereen tot een uniek individu maakt.


Meer weten?


HSP's hebben een anders werkend zenuwstelsel, waardoor inkomende prikkels minder gefilterd worden. Deze prikkels worden ook diepgaander verwerkt in onze hersenen.  


Nog meer leesvoer op HSP Vlaanderen.

Blogberichten 2020

Blogarchief 'sensiefjes':

Foto-sensiefje-blog-09-een-creatieve-dag

Een creatieve dag

(wo 16 december 2020)

Foto-sensiefje-blog-08-introversie

Introversie

(wo 9 december 2020)

Foto-sensiefje-blog-04-overdaad

Overdaad

(wo 11 november 2020)

Foto-sensiefje-blog-07-angsten

Angsten

(wo 2 december 2020)

Foto-sensiefje-blog-03-zelfzorg

Zelfzorg

(wo 4 november 2020)

Foto-sensiefje-blog-06-gehechtheid

Gehechtheid

(wo 25 november 2020)

Foto-sensiefje-blog-02-perfectionisme

Perfectionisme

(wo 28 oktober 2020)

Foto-sensiefje-blog-05-mijmeringen-in-de-supermarkt

Mijmeringen in de supermarkt

(wo 18 november 2020)

Foto-sensiefje-blog-01-het-zesde-zintuig

Het zesde zintuig 

(wo 21 oktober 2020)

Een creatieve dag

woensdag 16 december 2020


Schrijfbui

Wakker worden zonder wekker, wat een luxe. De zon slaapt nog, maar dat houdt mij niet tegen om met een dampend kopje thee buiten op het terras te gaan staan. In de koude buitenlucht blaas ik wolkjes in mijn thee. Mijn ochtendhumeur valt nergens te bespeuren, want ik heb een schrijfbui. Dan kriebelen mijn vingers van bij het ochtendgloren totdat de zon weer gaat slapen. Meestal valt De Schone Schrijfster dan mee in een diepe slaap. Moe, maar voldaan.


Energieaanval
Moe, omdat zulke ‘energieaanvallen’ mij uitputten en leegzuigen. Door in een creatieve spiraal te blijven hangen en geen rustpauzes in te lassen, overprikkel ik mezelf. Maar ik moet doordoen, stel je voor dat er een writers’ block op me valt. Schrijven, meer schrijven, om het meest. Al de prikkels die binnenstromen onderwerp ik aan een grondig verhoor. Ik leg complexe verbanden en daag mezelf uit. Tot mijn eigen fantasie een loopje met me neemt. Dan weet ik dat het genoeg is voor vandaag. Ik sta versteld van de hoeveelheid woorden op mijn blad. Een nachtje laten marineren en dan herlezen.


Ik voel me voldaan, want ik ben trots op mijn schrijfprestatie. Maar ik voel me nog niet voldoende moe om te stoppen. Ik wil profiteren van de creatieve energie die deze dag mij biedt en beslis om ook een schilderijtje te maken. Als een wervelwind raas ik door het huis, op zoek naar attributen om te verwerken in mijn kunstwerk. Ik grijp een versleten kanten slipje uit de kleerkast en een kapotte ketting uit mijn nachtkastje. Zwart en wijnrood worden de centrale kleuren. Werktitel: ‘onderbroekenlol’.


Moe, maar voldaan
Bij elke penseelstreek vloeit de energie weg. Mijn maag knort, maar ik moet doorwerken, anders droogt de verf te snel. Ik ben hangry en mijn innerlijke batterij flikkert rood. Ik ben op. Ik plof neer in de zetel en beloon mezelf met ongezonde troep.
Moe, maar voldaan, want ik was productief. Vandaag bruiste ik van energie. Als een sissende, verkwikkende bruisbal in een warm bad. Als HSP zijn dat de dagen die creatieve kansen bieden, die ik met beide handen moet grijpen.


Zorg voor mezelf als HSP is belangrijk, dat heb ik aan den lijve ondervonden. Maar ach, niemand is perfect, dus af en toe in overdrive gaan zoals vandaag is best oké. Ook voor een HSP als ik. De strijd aangaan met overprikkeling stimuleert mijn creatief proces. Zolang ik mezelf op tijd en stond de nodige recuperatierust gun. Zoals nu. Dit was het laatste ‘sensiefje’. Ik knijp er online even tussenuit. Snuffelen tussen de boeken naar inspiratie voor nieuwe blogonderwerpen. Vanaf 2021 trakteer ik maandelijks met nieuwe fijne leeswaren.


Slaapwel en fijne eindejaarsperiode!



Geschreven door: Julie Rademakers - De Schone Schrijfster

Introversie

woensdag 9 december 2020


Introverte HSP

HSP (hoogsensitief persoon) en rasechte introvert, c’est moi.


Wat niet wil zeggen dat ik niet extravert kan zijn. Vraag maar aan familie, vrienden of mijn lief. Die weten dat ik soms een ratelslang kan zijn (lees: niet kan stoppen met babbelen).


Niet naar feestjes willen gaan, maar wel uitgenodigd willen worden. Aangesproken willen worden op recepties, maar ook zo snel mogelijk willen vluchten.


Introversie is geen synoniem voor verlegenheid. Soms ben ik ook verlegen. Zeker wanneer ik nieuwe mensen ontmoet of in een groep moet spreken. De stille aan tafel, dat ben ik. Tenzij de band hecht is, dan durf ik tetteren voor twee.


Iedereen danst op de balans extravert-introvert. Mijn gewicht ligt vooral in de introversieschaal. Lange gesprekken, vooral met meerdere personen tegelijk, boeien maar vermoeien mij enorm. Na sociaal contact laad ik mijn leeggelopen batterij op door mij af te zonderen. Ik krijg energie van alleen zijn, en ik ben ook graag alleen. Zonder asociaal te zijn (of misschien toch een beetje 😉).


Hoogsensitiviteit is for life, dus worden we maar beter best friends for life. Maar soms komen we toch niet zo goed overeen. Bijvoorbeeld als mijn overdreven zelfbewustzijn als een knagend stemmetje in mijn hoofd stoorfactor komt spelen tijdens een gesprek. Hoe gedraag ik mij nu best? Zou ik beter dit of beter dat zeggen? Hoe kom ik over? Zou ik niet beter anders gaan zitten of staan? Die moet echt denken dat ik een rare ben.


Bovendien zorgen sociale interacties natuurlijk ook voor superveel inkomende prikkels. En als HSP herkauw ik de gevoerde gesprekken achteraf meermaals in mijn hoofd. Zei ik niets verkeerd? Had ik dat niet beter anders geformuleerd? Heb ik wel gezegd wat ik wou zeggen?


Lockdown

Ik gedij goed tijdens de lockdown. ‘Mensenvrij’ zijn, noem ik het. Voor mij een gelukzalig gevoel. Ik begreep niet waarom anderen een lockdown als beperkend ervaren. Tot ik de rollen omdraaide. Ik beeldde me in dat ik samenwoonde met een grote groep mensen. Elke dag opnieuw. Ik zou gek worden. Nu begrijp ik dat gevoel van vrijheidsberoving bij anderen wel.


Hel versus hemel

Als je mij vraagt om de hel te omschrijven, zeg ik als introvert: eilanden. Van die grote, open kantoorruimtes, kunstmatig ingedeeld in werkeilandjes. Ieder z’n vierkante meter personal workspace, maar toch ‘gezellig’ samenhokken. Omringd door smalltalk en collega’s van voor naar achter, van links naar rechts. Nooit meer. Maar echt NOOIT meer keer ik terug naar zo’n werksetting. 😊


Ik voldoe volledig aan het clichébeeld van de teruggetrokken schrijver op zijn zolderkamertje. Hoewel mijn schrijfruimte een penthouse is (klinkt chiquer dan dakappartement). Maar ik schrijf wel alleen. Ongestoord. Rustig. Bij mooi weer met vogelgezang op de achtergrond. En met uitzicht op een babyblauwe hemel die ik, als ik mijn verbeelding bevrijd, bijna met mijn vingertoppen aanraak. Bij slecht weer met het heerlijke, ritmische tikken van de regen op het dak. Omgeven door een vijftig tinten grijze hemel.


Nu leef ik zonder schroom als de gelukkige einzelgänger die ik eigenlijk altijd al ben geweest.  



Geschreven door: Julie Rademakers - De Schone Schrijfster

Foto-sensiefje-blog-08-introversie

Angsten

woensdag 2 december 2020


Arachnofobie

Mijn hersenen zijn geprogrammeerd met een angsten-meerkeuzemenu: angst voor spinnen, onweer, vuurwerk en grote honden, sociale angst, faalangst.


Mijn spinnenfobie staat bovenaan het lijstje. Ik kan een boek schrijven over mijn spinnenavonturen. Buiten in de kou wachten tot je vriend thuiskomt, omdat er een spin op de voordeur zit en je de sleutel niet in het sleutelgat durft steken. De buurvrouw om hulp smeken omdat je de kelder niet in durft door die dikke, zwarte joekel op de muur.


Soms lukt het om voldoende moed te verzamelen om de spinnenstrijd aan te gaan. Gewapend met een spuitbus deodorant in mijn hand, spreek ik luidop nog een laatste vloek uit over het geleedpotige monster, klaar voor de aanval. Maar bij elke stap vooruit, deins ik terug. Heen en weer bewegend op mijn benen, zoals de slinger van een oude wandklok.


Experimenteren met spinnen

Onlangs zag ik een oproep om deel te nemen aan een wetenschappelijk onderzoek over ‘het effect van virtual reality exposure bij angst voor spinnen’. Ik twijfelde geen seconde.


Drie opeenvolgende dagen moest ik een uur computertaken uitvoeren. Af en toe kreeg ik een onaangename elektrische prikkel op mijn pols. Ik zag figuren op het scherm en moest inschatten (gokken in mijn geval) wanneer er al dan niet een schok zou volgen. Uit de hoofdtelefoon die ik ophad, knalde af en toe een scherp geluid. Elektroden op mijn voorhoofd en langs mijn ogen registreerden mijn schrikreactie.


Vandaag is de echte proef. De onderzoeker heeft een doorzichtig potje vast, met daarin een huisspin. Mijn hartslag wordt gemeten naarmate ze dichterbij komt. Na een paar tellen vraagt ze of ik klaar ben voor een volgende stap. Ik bepaal zelf mijn limiet. Ze plaatst het gesloten potje op tafel, recht voor mij. Alles onder controle.


Of ik met mijn handpalm het potje wil omsluiten? Natuurlijk. Tot mijn handpalm het potje bijna raakt en mijn hersenen en lichaam blokkeren. Computer Says No. Ik probeer nog eens, maar mijn hand trekt zich onvrijwillig terug. Ik heb er geen controle over. Na vijf pogingen ligt mijn hand eindelijk rond het potje. En raak ik bijna de spin aan. Slechts een wand van dun, doorzichtig plastic scheidt ons. Schouderklopje voor mezelf.


Of het deksel er nu af mag? Euhm, nee? Ja? ‘Probeer maar,’ lach ik groen naar de onderzoeker. Wetende dat ik mij zo dadelijk als een stuiptrekkende halvegare ga gedragen. Het deksel wordt verwijderd. De spin blijft roerloos zitten. Ik verstijf en druk mezelf krampachtig tegen de rug van de stoel. Ik kan alleen nog klinkers uitbrengen. ‘Ie-ie-ie,’ mompel ik met scheefgetrokken mond. ‘Oe-oe-oe,’ klink ik als ik probeer wat dichterbij te komen om in het potje te kijken. So far so good.


‘Hier heb je een dun stokje. Durf je dat in het potje te steken tot aan het streepje, twee centimeter diep?’ Ik wik en weeg zorgvuldig. Alsof mijn keuze levensbepalend is. Allerlei onjuiste en onlogische mathematische berekeningen flitsen door mijn hoofd en veroorzaken een kortsluiting in mijn brein. De eeuwige twijfelaar schiet in actie. Ongemakkelijke stilte.


‘Ik ga u vragen om de knoop door te hakken, u krijgt nog tien seconden om te beslissen.’ Bijtend op mijn onderlip zeg ik overmoedig: ‘oké.’ Het lukt me om het stokje een paar seconden in het potje te houden. Goed gedaan. Dat viel eigenlijk nog best mee.


De volgende stap is het stokje vier centimeter diep in het potje houden. Dubbel zo diep dus … Ik bestudeer het potje nauwkeurig en observeer de inhoud van zo nabij, dat ik bijna vergeet dat er geen deksel meer op zit, en de spin dus vrij spel heeft. Gelukkig blijft die onbeweeglijk zitten in haar web. Ik kom tot de conclusie dat vier centimeter diep onvermijdelijk inhoudt dat ik het web aanraak. De spin zou dat sowieso voelen en mogelijks vliegensvlug uit het potje kruipen en ontsnappen. Maar mijn hand zou op dat moment nog met het stokje boven het potje zweven. De spin kan ook langs dat stokje omhoog klauteren en terechtkomen op mijn hand. Nee, hier trek ik de grens, beslis ik. Het risico is te groot. ‘Dat gaat niet lukken,’ geef ik lichtjes beschaamd toe aan de onderzoeker.


Het deksel gaat terug op het potje, het potje wordt op veilige afstand in de gang gezet, met een handdoek erover.


Benieuwd hoeveel extra stappen er nog waren. Tot waar het experiment gaat als je op alles ‘oké’ zegt. Zal de spin uiteindelijk over je gezicht lopen? In je haar kruipen? In je mond zitten? De onderzoeker mag helaas niets verklappen. Want volgende week moet ik deze proef nog een keer ondergaan. En binnen drie maanden nog eens. Benieuwd of ik er dan in slaag om nog een stapje verder te gaan.


Virtuele spinnen

Deel twee van het experiment is de Virtual Reality (VR) proef. Helaas is de beeldkwaliteit van de VR-bril ondermaats. Door de vele pixels komen de ‘virtuele spinnen’ niet levensecht over. Ik vertoon geen duidelijke schrikreacties. Zelfs niet als hun potige lijf virtueel mijn gezicht aanraakt of over mijn hand kruipt. Conclusie: ofwel heeft een virtuele werkelijkheid geen effect op mij omdat ik mij er te bewust van ben dat dit een nagebootste wereld is, ofwel ligt het aan de beeldscherpte. Ik zet de VR-bril af, kijk naar de uitgang en denk: als ik die proef nu in het echt zou moeten doen, zoef ik als Speedy Gonzales naar buiten. Ándale!



Geschreven door: Julie Rademakers - De Schone Schrijfster

Foto-sensiefje-blog-07-angsten

Gehechtheid

woensdag 25 november 2020


Mijn versleten tut

Een nieuw tutje hielp niet. Een tut gedrenkt in een lekker smaakje ook niet. Niets hielp. Maandenlang sabberde ik aan hetzelfde afgeknabbelde tutje met verduurde randjes. Tot grote schaamte van mama natuurlijk, die tevergeefs originele pogingen bleef ondernemen om mij van die vieze, oude tut af te helpen. Maar ik bleef protesteren en gaf niet op. Elke keer als mijn tutje afgepakt werd, huilde ik tranen met tuiten, alsof mijn leven ervan afhing. Zo gehecht was ik aan dat versleten ding.


Hondje, mijn beste vriend

Een paar jaar later kreeg ik een pluchen hondje met hangoren cadeau. Hij werd mijn beste vriend. Hij kreeg geen speciale naam, ik noemde hem gewoon ‘hondje’. Als mijn broer iets van mij gedaan wou krijgen, hield hij mijn knuffel soms over de trapleuning en dreigde ermee die te laten vallen. Werkte elke keer.

Hondje en ik waren onafscheidelijk. Hij was onvervangbaar, ook al begon hij op den duur danige sporen van slijtage te vertonen. Weer tot grote schaamte van mama natuurlijk.


Mijn troostende teddytrui

Een paar jaar later kreeg ik een trui waaraan ik zo gehecht zou geraken, dat hij mijn veilige haven werd op pijnlijke momenten. Het was een witte, zachte trui met teddybeertjes op.


Op een ochtend at ik een kiwi als ontbijt. Geen goed idee. Mama werd even later opgebeld door de directeur om mij op te halen op school. Ze bracht mijn teddytrui mee. Het afgelopen uur had ik als zesjarige lijkbleek in het donker op een ziekenbedje gelegen. Maar wanneer ik mij nestelde in de omhelzende warmte van mijn teddytrui, verdwenen mijn helse krampen als sneeuw voor de zon.


Dit gevoel van veiligheid en geborgenheid dat mijn teddytrui bood, ervaarde ik een poosje later nog eens. Toen ik op een druilerige namiddag in een koortsige slaap viel op de tonen van Peter en de Wolf. Als ik ziek was en thuis mocht blijven, zette mama altijd platen op met muzikale sprookjes. Het Tinnen Soldaatje was een van mijn favorieten. De grote zetel in de woonkamer werd omgebouwd tot een fort omringd door al mijn knuffels. Mama haalde mijn donsdeken uit de slaapkamer en duffelde me in.


De huisarts kwam op bezoek en schreef naast een snel gekribbeld briefje dat hij aan mama gaf ook nog iets anders voor: ijsjes! ‘Raketijsjes?’ vroeg ik. ‘Die helpen het beste,’ bevestigde hij met een knipoog. Het ijsje in combinatie met mijn koortszweet bezorgde mij koude rillingen. Mama zag me bibberen en toverde mijn teddytrui tevoorschijn. Ik trok hem snel aan, gaf mezelf een wrijvende knuffel om op te warmen, en mijn kippenvel verdween. Alsof mijn trui een geheime, helende kracht bezat.


Nog een paar jaar later stond ik in de tuin van mijn ouderlijk huis restjes sla te voeren aan onze schildpad Vivaldi (die daar vandaag nog altijd vrolijk rondslentert!). De buren waren een veranda aan het bouwen, waardoor een deel van hun tuin tijdelijk bestond uit een diep uitgegraven gat. Nieuwsgierig als ik was, ging ik eens piepen. Ook omdat daar voor de eerste keer in mijn prille leven sprake was van opborrelende kinderliefde. Ik was als tienjarig meisje stiekem een beetje verliefd op de werkman in die put. Hij begroette mij altijd zo vriendelijk. Alsof ik niet gewoon een klein meisje was, maar een grote prinses uit een sprookjesland. Ik stond aan de rand van de put, maar zag hem niet. Plots zag ik de slarestjes uit mijn hand naar beneden dwarrelen in het diepe gat. Ik voelde de grond onder mijn voeten wegzakken. De werkman kwam uit het huis van de buren naar buiten gerend. Hij pakte me op en droeg me als een heldhaftige prins naar mama. Met blozende wangen van schaamte bedankte ze de werkman. Ze beloofde hem dat ze mij voortaan beter in het oog zou houden, zodat ik geen zotte kuren meer zou uithalen.


Ik lag in de grote zetel te huilen van de pijn. Mama zei dat het wel zou beteren en dat ze de huisarts zou bellen. Mijn zus kwam aangesneld, bekeek mijn arm met een vluchtige blik en concludeerde: ‘Haar arm is gebroken, we moeten onmiddellijk naar het ziekenhuis.’ Zij had zelf al eens een gebroken arm gehad, en sprak dus als ervaringsdeskundige. We raceten met z’n drieën naar de spoedgevallendienst. Mama en mijn zus vooraan in de auto. Ik achterin liggend op de bank, kermend van de pijn in elke bocht.


In mijn herinnering hoor ik de spoedarts door een microfoon zeggen dat ik muisstil moet liggen, zodat hij foto’s kan nemen. Hoe meer ik mijn best deed om niet te bewegen, hoe meer mijn arm begon te trillen. En elke minuscule beweging deed ontzettend veel pijn. Na enkele mislukte pogingen kwam een verpleegster mijn arm vasthouden en slaagde de dokter er eindelijk in om de foto’s te nemen. Even later mocht ik het ziekenhuis verlaten. Mama stond mij op te wachten met een doosje Vitabis-koeken én mijn teddytrui. Niet makkelijk om die aan te trekken met een dikke gips rond mijn fragiele kinderarmpje, maar met wat hulp van mama lukte het. Naarmate ze de trui verder over mijn hoofd trok, voelde ik een warme, geruststellende gloed over mij heen dalen. Het was alsof mijn teddytrui een magische superkracht bezat die al mijn pijn en angsten opslorpte.


Mama had ook nog een gehaakt popje in haar hand. De vrouw van de werkman had dit speciaal voor mij gemaakt. Ik glunderde en nam het als een echte prinses in ontvangst.   



Geschreven door: Julie Rademakers - De Schone Schrijfster

Foto-sensiefje-blog-06-gehechtheid

Mijmeringen in de supermarkt

woensdag 18 november 2020


Een vloedgolf van hesp

Meer dan twintig (!) soorten hesp tel ik in de supermarkt. Ik loop weg. Te veel keuze. Dan maar geen hesp (joepie, minder vlees). En volgende keer terug naar de kleine of lokale supermarkt. Waarom hebben wij zo veel soorten hesp nodig, spookt het door mijn hoofd. Ik voel mij uitgesloten in ‘onze’ consumptiemaatschappij, want ik begrijp het niet.


Met gefronste wenkbrauwen duw ik mijn winkelkarretje richting snoepafdeling. In mijn hoofd speelt zich ondertussen een heus hespendebat af:


Ik begrijp dat er een gevarieerd aanbod aan hesp nodig is. Een aanbod dat rekening houdt met prijs, kwaliteit, smaak en bepaalde voedingsbehoeften (bv. intoleranties). Maar we moeten toch niet overdrijven? Moet er dan echt voor elk individu een ideaal pakje hesp bestaan? In dat geval vind ik dat het aanbod ook afgestemd moet worden op individuen met keuzestress. En er dus minder soorten hesp moeten uitgestald worden. Maar dan doen we anderen weer tekort omdat hun voorkeurspakje er niet meer bijligt. En zo bijt de slang in haar eigen staart en is de cirkel rond.


Een vrouw in een onesie met slangenmotief (toeval?) passeert. Ik screen haar zo onopvallend mogelijk van kop tot teen (want staren is onbeleefd) en vraag me af of ze nog zulke pakjes heeft met andere dierenmotieven. Is het misschien de laatste nieuwe trend om je inkopen te doen in een onesie? Een bevestiging dat ik geen typisch voorbeeld ben van ‘de’ consument binnen onze maatschappij, want ik weet het antwoord oprecht niet.

Ik koop dan ook geen nieuwe kleren meer totdat ik écht iets nieuws nodig heb. Een pact dat ik recentelijk met mezelf sloot.

 

Geen nieuwe kleren meer

Ik ben van nature niet materialistisch ingesteld, dus mijn nieuwe afspraak met mezelf is voor mij eerder een vanzelfsprekendheid, geen opgave. Kleren gaan immers wel langer dan een paar maanden mee. Ik leef onopzettelijk bewust. Het vereist geen inspanning. Bovendien heb ik een hekel aan shoppen. 🤭

 

Waarom? Daarom.

Ik hou halt aan de snoeprayon. Mijn frons maakt plaats voor een gelukzalige zucht, want daar is het altijd aangenaam toeven. Een momentopname zo blijkt, want andere prikkels gluren al om de hoek om mijn geluksmomentje te verstoren. Mijn voelsprieten staan klaar om duizend-en-een vragen af te vuren naar mijn hersenen:


Waarom zijn wafeltjes in een plastic verpakking ook nog eens individueel verpakt? Ik begrijp het niet.

Waarom zijn snoepjes in een plastic verpakking ook nog eens individueel verpakt? Ik snap het niet.

Tegen uitdroging? Voor de houdbaarheid? Maar er zijn toch ook verpakkingen zonder afzonderlijke plasticjes?

Voor de gemakzucht van ‘de’ consument? Maar je kan dat toch ook gemakkelijk in een herbruikbaar potje meenemen?

Zouden anderen hier ook zo diep over nadenken tijdens hun winkelwandeling?

Waarschijnlijk niet. Gelukzakken.


Ik gooi nog wat extra koekjes in mijn winkelkarretje, zodat ik ook een gelukzak kan zijn.


Aan de kassa observeer ik de boodschappen van mijn voorgangers.

Zouden ze dat allemaal opeten? Of kopen ze vooral met hun ogen en grommende buik? Voer voor een nieuw vragenrondje in mijn hoofd …



Geschreven door: Julie Rademakers - De Schone Schrijfster

Foto-sensiefje-blog-05-mijmeringen-in-de-supermarkt

Overdaad

woensdag 11 november 2020


TOEN


Roken

‘Mag ik je aansteker?’ vroeg ik. Als plichtbewuste vriendin aarzelde ze even. Maar we hadden allebei te veel gedronken, dus veel tijd om rationeel na te denken was er niet. ‘Één sigaret kan geen kwaad, ik verdien dat vanavond,’ loog ik mezelf luidop voor.

Want als twee vriendinnen samen liefdesverdriet hebben en vijvers vullen met tranen, is er geen beter medicijn dan een goede portie drank, mét bijhorende sigaret.

Drie jaar was ik gestopt met roken (voorheen rookte ik zeker al tien jaar). Die ene sigaret proefde hemels. Maar luidde wel een nieuw rooktijdperk in. Dat gelukkig ‘slechts’ drie jaar duurde.

Mijn vriendin en ik gaven mekaar een oppeppende omhelzing en gingen het café terug binnen. We vroegen het nummer ‘Survivor’ van Destiny’s Child aan en dansten ons verdriet weg in de nacht.


Ik verwijt haar niets als medeplichtige aan mijn hernieuwde rookmisdaad. Het was een memorabele avond die onze vriendschapsband alleen maar hechter maakte.

Nu rook ik al jaren niet meer. Ik ondervond die beruchte avond dat de uitdrukking ‘eentje is geentje’ niet van toepassing is op mezelf. Ik weet dat ik er voorgoed moet afblijven. Daar heb ik nu ook geen moeite meer mee.


Alchohol

‘Eentje is het begin van veel, té veel’ past meer bij mij. Toen mijn wilde haren nog weelderig tierden, besefte ik dat het begrip ‘met mate’ niet in mijn woordenboek stond. Dat ondervond ik elk weekend aan den lijve. En de ochtend erna. Tijdens de week braaf op tijd naar bed, om goed uitgerust het uitgaansweekend in te duiken en te feesten tot in de vroege uurtjes.

Met alcohol als mijn bondgenoot. Om mijn onzekerheidsgevoel en introverte kant te verdoven en om mijn ‘awkwardness’ te verdoezelen (wat natuurlijk een averechts effect had, maar ik bespaar jullie de gênante verhalen).

Maar voornamelijk als ‘verlossend’ hulpmiddeltje om mijn overactieve hersenen eens een poosje rust te gunnen. Door alcohol was mijn brein zen. Prikkels kwamen niet zo hard binnen, werden minder diepgaand verwerkt en van overdenken of piekeren was even geen sprake. Wat een zalig gevoel was dat.


Achteraf bekeken onderdrukte ik op die momenten mijn hoogsensitiviteit. En tegelijkertijd dus ook een deel van mijn ware zelf, aangezien hoogsensitiviteit een aangeboren karaktertrek is waar je nu eenmaal niet onderuit kunt. Ik wou niet toegeven aan mijn anders-zijn. Maar in die periode had ik er nog geen flauw benul van dat ik hoogsensitief was. Ik had toen zelfs nog nooit van de term gehoord denk ik.


Na een wilde feestzomer besloot ik op dieet te gaan. Te veel pintjes, te vaak festivaleten en te weinig slaap zijn nefast voor de lijn (en voor hoogsensitieve personen, maar wist ik veel). Diëten betekende ook geen alcohol. Dat lukte probleemloos, verbazingwekkend goed ook tijdens het uitgaan. Ik stopte mijn dieet zodra de ongewenste kilo’s eraf waren (die even later terug opdoken met wat extra onuitgenodigde kilovrienden erbij). Ik besloot mijn alcoholvrij bestaan te verlengen, want ik voelde mij goed in mijn vel. Met als resultaat dat ik al meerdere jaren geen alcohol drink (zeer uitzonderlijk nog wel eens om iets speciaals te proeven, bv. een lokaal biertje op vakantie).


NU


Roken en drinken kon ik zonder moeite opgeven. Maar ik weet dat als ik morgen één sigaret rook, ik er terug aan vasthang. En ik vrees dat als ik morgen een paar pintjes drink, dat aantal al snel vermenigvuldigt.

Hoe komt het dat ik daar zo gevoelig aan ben? Lange tijd begreep ik mensen niet die af en toe eens een sigaret roken of een pintje drinken voor de gezelligheid. Ik was er jaloers op. Waarom worden zij geen kettingrokers? Waarom hebben zij niet elk weekend een kater? Waarom kan ik geen maat houden en tijdig ‘nee’ zeggen? Want ik heb veel zelfdiscipline en ben een doorzetter. Ik ben immers gestopt met roken en drinken zonder hulpmiddeltjes, puur op wilskracht.


Een deel van het antwoord heeft mogelijks te maken met mijn hoogsensitiviteit. HSP’s vertonen niet zelden een verhoogde verslavingsgevoeligheid. Een wetenschappelijke uiteenzetting hoort niet thuis in deze blog. Maar ik kon mijn anders-zijn ook op dat vlak een plaatsje geven en daar ben ik blij om.

Nu ik erover nadenk, ken ik best veel HSP’s met een neiging tot overdaad, die trouwens niet altijd schadelijk is. Overmatig roken, drinken, snoepen, shoppen of sporten (dit zijn slechts een paar voorbeelden uit mijn HSP-vriendenkring): het zijn allemaal ‘hulpmiddeltjes’ die ons als HSP’s even doen ontsnappen aan die diepgaande prikkelverwerking en ons een (soms vals) gevoel van rust in ons hoofd bieden.


Snoep

Ik merk mijn gevoeligheid voor overdaad nog regelmatig. Mijn naaste omgeving kent mij als iemand die niet van zoetigheid houdt. Geef mij maar hartig of zout. Op restaurant bestel ik liever een voor- en hoofdgerecht dan een hoofd- en nagerecht. Ik ben geen fan van chocolade. Kortom: ik ben geen snoeper.

Sinds een paar maanden moet ik helaas toegeven: ik wás geen snoeper. Het begon met een zakje paaseitjes dat ik gekregen had. Waardoor er thuis plots chocolade op tafel lag (wat ten huize van De Schone Schrijfster een grote zeldzaamheid was). En wat ik in huis heb, moet op. Zo snel mogelijk. Zo ben ik geprogrammeerd. 😊

Tot mijn grote verbazing lag er de volgende dag een zakje paaseitjes in mijn winkelkarretje. En de week daarop ook. Meestal overleefde zo’n zakje geen hele avond. Paaseitjes werden chocoladerepen. Chocoladerepen werden koekjes. Koekjes werden ijs. Totdat ongeveer een derde van mijn boodschappenlijstje uit snoep bestond. Ik die nooit snoepte. Zo verslavend werkt suiker dus.


Als ik geen zoetigheden meer koop, gaat de goesting gelukkig ook snel over. Maar eens ik het terug eet, ben ik instant ‘snoepverslaafd’. Waarom kan ik niet snoepen ‘met mate’? Een kommetje chips of een hele zak? Een handvol M&M’s of handen vol M&M’s? Een potje Ben & Jerry’s ijs of een grote pot? Juist ja, omdat ik daar als HSP moeite mee heb. Net zoals vele niet-HSP’s. Ik geloof wel dat er een link is, maar ik wil mijn hoogsensitiviteit niet als excuus gebruiken voor mijn occasionele ‘snoepvraatzucht’. Dan liever cold turkey. Want dat kan ik. Vanaf morgen. Of overmorgen. Eerst nog de snoepkast leegeten.  


Saai of authentiek?

Ik rook niet en drink geen alcohol.

Ik inhaleer geen kunstmatige energie meer en toon mijn lieve, rare zelve zonder schroom.

Noem me saai. Ik voel me levendiger dan ooit tevoren.


Ik kijk zonder schaamte terug op een afgesloten hoofdstuk uit mijn levensboek. Want ik leerde er wijze lessen uit en het liet me toe via innerlijke omwegen te komen tot wie ik vandaag ben: mijn ware ik. Die ik pas ontdekte als eind-dertiger. Maar da’s oké. Iemand die soms zelfs een beetje zweverig uit de hoek kan komen, zo blijkt tijdens dit schrijven. En ook dat is oké.


Ik twijfelde om deze tekst te posten. Ik durfde niet goed. Ik geef me wel heel erg bloot zo, dacht ik.

Nadat ik op de knop ‘publiceer’ drukte, voelde ik ook geen opluchting of een openbaringsgevoel. Dat wordt wel een gezegd wanneer je durft praten over persoonlijke onderwerpen. Maar ik weet waarom ik mij zo neutraal voel over het schrijven van deze tekst. Omdat dit over mijn verleden gaat. Dat ligt achter mij (behalve het snoepen, haha). Ik leef in het hier en nu en kijk vooruit. Ik heb vrede genomen met al mijn ervaringen, die mij kneedden tot wie ik vandaag ben. En tot de persoon naar wie ik nog zal evolueren. Want de mens is geen statisch gegeven.


P.S. Ik heb nog één verslaving, maar die kan ik als thee-o-fiel écht niet opgeven. Ach, als het dat maar is, denk ik dan.



Geschreven door: Julie Rademakers - De Schone Schrijfster

Foto-sensiefje-blog-04-overdaad

Zelfzorg

woensdag 4 november 2020


Anti-zelfzorg
‘Zelfzorg’. Je leest het overal. Een uitgehold begrip.
Zorg voor jezelf. Prends soin de toi. Me-time.
Ok. Maar hoe doe ik dat?
Lange tijd negeerde ik de term. Ik wou met opzet niet aan zelfzorg doen. Mij afzetten tegen ‘de boekskes’ met hun pseudowetenschappelijke artikels.
Ik had geen zin om een hipster te zijn. Om als een gehypete geitenwollensok aan yoga te doen, als een hippie in het rond te schilderen of als een bomenknuffelaar de natuur in te duiken.
Want daarmee associeerde ik ‘zelfzorg’.
Ik hechtte er verder geen belang meer aan en ging verder met mijn leven waarin ik mij inzette voor anderen en mezelf met plezier wegcijferde.


Zelfzorg
Tot het woord plots terug opdook in een professionele context: tijdens mijn loopbaanbegeleiding. Die volgde ik na een zoveelste bore-out. Daar kreeg ik te horen dat ik hoogsensitief ben en zelfzorg cruciaal is. Geen luxe, maar een noodzaak. Geen egoïsme, maar zelfrespect.
Ik begon boeken te lezen over hoogsensitiviteit. Ook daar werd het belang van zelfzorg benadrukt. Ik raakte stilaan overtuigd, kreeg meer respect voor het woord en besloot een poging tot ‘zorgen voor mezelf’ te wagen.
Ik ben een ‘alles-of-niets-persoon’, en dompelde me onder in de hele reutemeteut.
In allerijl kocht ik online een yogamatje en een schildersset. Ik haalde mijn wandelschoenen onder het stof vandaan.
Tot mijn grote verbazing vond ik dit alles niet frustrerend, maar rustgevend.


Pro-zelfzorg
Het geeft rust in mijn hoofd. Afleiding van piekergedachten. Bewustzijn van mijn eigen lichaamsstaat.
Begrippen als ‘meditatie’ of ‘bezinning’ komen allemaal neer op hetzelfde: aandacht hebben in het hier en nu voor je eigen lichaam en geest.
Nu luister ik naar mezelf en het zelfrespect volgt vanzelf. Die broodnodige aandacht voor mezelf werpt zijn vruchten af. Ik geloof in het enorme voordeel van een dagelijkse portie me-time.
Wie had dat ooit gedacht.


Soms piept een schuldgevoel nog eens om de hoek, maar dat is typisch voor mijn hoogsensitiviteit. Mijn innerlijke criticus speelde een prominente rol, maar tegenwoordig deint hij meestal mee op de gelukzalige golven van mijn innerlijke rust.
Ik doe elke dag aan yoga (ok, af en toe spijbel ik).
Door te schilderen verzet ik mijn doemgedachten. Vele hoogsensitieve personen zijn experts in het uitdenken van (meestal onnodige) worstcasescenario’s. Ik ook. Bij mij hangt dit samen met een laag zelfbeeld, ook een vaak voorkomende eigenschap bij hoogsensitieve personen . Schilderen krikt mijn zelfvertrouwen op.
Een natuurmens ben ik altijd geweest. Alleen profiteerde ik lange tijd niet voldoende van al het moois dat de natuur te bieden heeft. Het opsnuiven van bosgeuren en het spotten van schichtige dieren in het bos geven mij het gevoel dat ik leef.
Zelfzorg bezorgt mij een energieboost. Ik zit goed in mijn vel, mentaal en fysiek. Ik ben gelukkig.


Zorg goed voor jezelf. xx



Geschreven door: Julie Rademakers - De Schone Schrijfster

Foto-sensiefje-blog-03-zelfzorg

Perfectionisme

woensdag 28 oktober 2020


Het Groot Dictee

Visitekaartjes in de sacoche? Check. Verkooppraatje geoefend? Check. Onderweg naar de bib spreek ik mezelf moed in op de fiets. Ik win vanavond Het Groot Dictee! Wat een geweldige reclame voor De Schone Schrijfster! Als winnaar op de foto, in alle kranten verschijnen en overstelpt worden met telefoontjes voor schrijfopdrachten. Nee, effe serieus Julie, een podiumplaats is al voldoende. Gewoon bij de beste drie eindigen, dat moet toch lukken als schrijfster.


Visitekaartjes

Natuurlijk ben ik veel te vroeg. Niet goed voor de zenuwen. Ik moet wachten in een geïmproviseerde cafetaria vooraleer ik de zaal binnen mag. Ik profiteer van de gelegenheid en vraag aan de bibliotheekverantwoordelijke of ik een paar visitekaartjes op de welkomsttafel mag leggen. Joepie! Ik leg ze strategisch verspreid zodat ze goed opvallen.


Wat als?

Eindelijk mogen we binnen. Wat als ik buis? Wat als ik als laatste eindig? Ik ben geen spellingsgoeroe. Meestal zijn zo’n dictees een dikke boterham om te verorberen, belegd met een mix van allerlei taaluitzonderingen. Oef, de spelregels snap ik: eerste ronde klassiek dicteeschrijven, tweede ronde meerkeuzevragen over de juiste schrijfwijze van een woord.


Pauze

Eerst even uitblazen op het toilet. Ik heb al zeker één woord fout geschreven: ‘akoustiek’ in plaats van ‘akoestiek’. Hoe dom. Ik zou beter minder Engelstalige boeken lezen. Nog minstens twee andere twijfelgevallen. En een paar gokjes. Pfft, zo moeilijk. Komaan, scoren in de tweede ronde, moet lukken!


Smalltalk

Ondertussen zijn alle tafels in de gefabriceerde cafetaria al bezet. Liefst zou ik in mijn eentje blijven rechtstaan in een hoekje, maar dan gaan de mensen misschien staren. En ik heb mezelf verplicht om zoveel mogelijk te netwerken en De Schone Schrijfster naamsbekendheid te geven. Ik kijk vluchtig in het rond en besluit aan te sluiten bij de tafel met een groepje oudere mensen. Daarbij voel ik mij meestal meer op mijn gemak dan bij leeftijdsgenoten. Ik weet niet waarom.


Ongemakkelijke stilte. Geen spraakwatervallen. Ik probeer zo naturel mogelijk met de deur in huis te vallen: ‘Ik hoop dat ik niet als laatste eindig. Dat zou wel afgang zijn, want ik ben schrijfster.’

 

‘Maak je geen zorgen, er worden geen namen afgeroepen hoor. Je weet dus niet op welke plaats je eindigt, tenzij je bij de eerste drie bent.’ Wat een opluchting. Maar wel jammer dat niemand ingaat op mijn mededeling dat ik schrijfster ben. Poging mislukt.


De tweede ronde

Woorden driemaal anders geschreven zien staan, creëert alleen maar chaos in mijn hoofd en doet me telkens twijfelen. Ook al ben ik soms echt overtuigd van de juiste schrijfwijze. Moeilijk, moeilijker, moeilijkst. Vooral woorden afgeleid uit het Engels. Misschien toch Engelstalige boeken blijven lezen.


Wat een flop. En ik noem mezelf schrijfster. Om bij de beste drie te eindigen, moet je bovendien nog een zo lang mogelijk woord vormen met letters die je verzamelt bij je antwoorden op de meerkeuzevragen. Maar alleen juiste antwoorden, en dus letters, tellen mee. Anders heb je onmiddellijk nul voor je gevormde woord.


The winner takes it all

Geen podiumplaats voor mij. Geen verrassing. Wel een zware teleurstelling. Hoe durf ik mezelf schrijfster te noemen als ik niet eens de beste ben, of bij de beste drie. Na afloop storm ik als eerste de zaal uit. Een drankje achteraf? Vergeet het. Genoeg genetwerkt voor vandaag. Er is toch niemand geïnteresseerd. En niemand mag weten dat De Schone Schrijfster deelnam. Want zij won niet. Ik kan mijn naam beter wijzigen naar De Slechte Schrijfster.


Ik haal snel mijn verbeterd dictee op. Ik bekijk het amper, maar zie een grote, rode drie omcirkeld staan. Ik prop de papieren in mijn handtas en wil vluchten. Zo snel mogelijk weg van hier. Mij verstoppen onder een dekentje, opgerold tot een klein bolletje.


De visitekaartjes niet vergeten! Ik wil ze bijeen grabbelen, maar er ligt een jas op. Mijn humeur en energiepeil zakken onder nul. Ik duw de jas opzij en hoor naast mij: ‘Oh excuseer, zijn dat jouw kaartjes?’ Onverstaanbaar mompel ik iets terug en verlaat dit verliezersoord zo snel mogelijk. Achteraf bekeken had ik de man ook vriendelijk kunnen benaderen, hem een kaartje toesteken en enthousiast vertellen over mijn ondernemersavontuur.


There’s no place like home

Mij stadsfiets verandert in een koersfiets. Ik race naar huis.


‘Hoe was het?’


Ik smijt mijn handtas op de grond. Mijn visitekaartjes en het verfrommelde dictee vallen eruit.


‘Oei, dat klinkt niet goed.’


Mijn vriend krijgt de volle laag.


‘Hoe durven jij en iedereen die mij graag ziet beweren dat ik mijn droom moet najagen als ik niet eens een dictee kan winnen! En tot overmaat van ramp blijkbaar ook niet kan schrijven, want ik behaalde een drie op tien, of op twintig misschien zelfs!’


Foutief zelfbeeld

Mijn vriend is er één uit duizenden. Gelukkig. In mijn woelige zee van emoties is hij het zacht dobberende drijfhout waaraan ik mij vastklamp. Dramaqueen (moi) versus rustige, rationele wizard. Ik bedaar. Samen overlopen we mijn dictee. Blijkt dat ik slechts drie foutjes schreef tijdens de eerste ronde (inclusief ‘akoustiek’). En 17/20 behaalde op de meerkeuzevragen.



Geschreven door: Julie Rademakers - De Schone Schrijfster

Foto-sensiefje-blog-02-perfectionisme

Het zesde zintuig

woensdag 21 oktober 2020


Teletubbies
Als een Teletubbie met een antenne op mijn hoofd, loop ik door de drukke winkelstraten. Voorbijgangers staren mij aan. Ik waggel vrolijk voorbij. Met opgeheven hoofd, alle prikkels opvangend. Dit beeld zie ik voor mij, wanneer ik in een boek lees over de ‘antennes’ van hoogsensitieve personen. Ik hou meer van het woord ‘voelsprieten’. Dan denk ik meteen aan een vlinder. En ik ben liever een vlinder dan een Teletubbie. Zonder twijfel.


Buikgevoel
Dankzij deze ‘speciale sensoren’ hebben vele hoogsensitieve personen (HSP’s) een sterk ontwikkelde intuïtie. Ook wel eens een ‘zesde zintuig’ genoemd. Ik voel situaties, mensen en emoties bij anderen goed aan. Maar toch vertrouwde ik mijn ‘buikgevoel’ niet altijd. Omdat ik hardnekkig bleef vasthouden aan het ingebakken principe dat rationele beslissingen de enige juiste zijn. ‘Volg je hart’ is lang een no-go zone geweest voor mij.


Intuïtie
Nochtans heeft mijn intuïtie mij nog maar zelden in de steek gelaten. Waarom luisteren we er dan niet vaker naar? Waarom geloven we er niet in? Omdat het niet tastbaar is? Omdat een zesde zintuig moeilijk wetenschappelijk te bewijzen is?


Ratio
Van rationele beslissingen heb ik achteraf soms spijt. Dan ‘wringt’ er iets bij de gemaakte keuze. Vroeger kwam ik nooit terug op iets, want alles was zorgvuldig gewikt en gewogen. En móést dus wel de juiste keuze zijn, ook al ‘voelde’ het niet juist.


Hoogsensitiviteit
Sinds ik weet dat ik hoogsensitief ben, heb ik meer aandacht voor mijn lichaam en geest. Ik durf te vertrouwen op mijn gevoel. Ik ondervind dat intuïtieve keuzes vaak de beste zijn voor mezelf. Ongeacht wat anderen denken. Ik heb geleerd om meer te vertrouwen op mezelf. En vertrouwen te hebben in mezelf. Dan komt alles goed.


Gouden kooi
Het mooiste voorbeeld dat ik kan geven, is mijn beslissing om een job als beleidsondersteuner op een middelbare school in te ruilen voor een leven als freelance tekstschrijver. Volgens sommigen een moedige, inspirerende stap. Volgens anderen een gedurfde, risicovolle onderneming. Voor mij de enige juiste keuze.
Jobzekerheid, financiële zekerheid, toffe collega’s en veel vakantie vlogen de deur uit en maken nu plaats voor een leven vol onzekerheden. Toch voelde nooit eerder iets zo goed aan op professioneel vlak. Ik ben als HSP perfect gelukkig in mijn nieuwe werkomgeving. Alles voelt goed, alles voelt juist.
Klinkt vreemd? Puur rationeel bekeken zou dit inderdaad een gekke beslissing zijn. Maar ik heb geluisterd naar mijn intuïtie, mijn zesde zintuig. En dus een heel persoonlijke en gevoelsmatige keuze gemaakt.


Mijn haiku als afsluiter:


GOUDEN KOOI


de vogel ontsnapt
vliegend uit zijn gouden kooi
vrijheid tegemoet



Geschreven door: Julie Rademakers - De Schone Schrijfster

Foto-sensiefje-blog-01-het-zesde-zintuig